Een historisch Verdedigingswerk
De Heumense Schans is een verdedigingswerk op de stuwwal tussen Nijmegen en Mook. De schans heeft de opmerkelijke vorm van een vijfpotige ster. Meestal had een schans vier, zes of acht poten. Deze schansen waren makkelijker te verdedigen. In de geschiedenis van de vestingbouw geldt deze 'sterreschans' als een bijzonderheid.Vermoedelijk zijn de Heumense Schans en de zuidelijker gelegen Mookerschans in de tweede helft van de 17e eeuw aangelegd, toen ons land onder stadhouder Willem III een turbulente tijd doormaakte. Ze hebben dus niets te maken met de bekende slag op de Mookerheide uit 1574. Mogelijk hoorden ze bij een of meer verdedigingslinies, die ter beveiliging van militaire kampementen waren opgeworpen in het open veld. Vanaf de hooggelegen schansen had met destijds een vrij uitzicht op het maasdal. Of ze werkelijk dienst hebben gedaan, is niet bekend. De Heumense Schans werd uiteindelijk rijksmonument.
De heide
De heide rondom de Heumense Schans is een van de weinige restanten van de uitgestrekte Mookerheide die vroeger een groot deel van de stuwwal bedekte. De overgebleven heidevelden zijn klein en van elkaar geïsoleerd. Bovendien dreigen struiken, grassen en bomen de nog aanwezige heide te verdringen. Dat is nadelig voor de planten en dieren die thuishoren op de heide. Vooral de kwetsbare soorten als de zanghagedis, hazelworm en de gladde slang en de blauwvleugelsprinkhaan gaan achteruit door het verdwijnen van hun leefgebied.In de komende jaren voert Natuurmonumenten daarom in samenwerking met de andere terreineigenaren op de stuwwal een heideherstelproject uit. Heidevelden worden vergroot, bosranden uitgedund en tussen de gebieden worden verbindingszones aangelegd. Via brede zandstroken en open plekken in het bos kunnen de typische heidebewoners zich dan van het ene naar het andere heideveld verplaatsen.
Wallen en grachten
De schans bestaat uit wallen en (droge) grachten. Deze zijn nog steeds in het terrein herkenbaar. De aarden wallen waren bekleed met plaggen voor meer stevigheid. Aan de buitenzijde van de wallen lag een mansdiepe, droge gracht. Ook aan de binnenzijde was een ondiepe gracht gegraven, zodat met beter beschermd was achter de lage wallen.




